<img height="1" width="1" style="display:none;" alt="" src="https://px.ads.linkedin.com/collect/?pid=3906484&amp;fmt=gif">

Is dit het einde van fysieke aandeelhoudersvergaderingen?

De impact van COVID-19 op het ondernemingsbestuur, en met name aandeelhoudersvergaderingen, is enorm. Volgens de gegevens die zijn besproken tijdens de jaarlijkse conferentie van The Society of Corporate Governance vorige week, hebben dit seizoen meer dan 2000 bedrijven die aandelen uitgeven een virtuele aandeelhoudersvergadering (VSM) of hybride bijeenkomst (virtueel in combinatie met een kleine groep op kantoor) gehouden. Een toename van meer dan 500%.

 

Wereldwijd stapten de meeste markten in meer of mindere mate snel over naar een voorziening voor beursgenoteerde organisaties, zodat deze alsnog aan hun verplichtingen konden voldoen om een jaarlijkse virtuele vergadering te houden. En in de VS hebben veel staten natuurlijk een voorziening in staatswetgeving die de virtuele aanwezigheid van aandeelhouders mogelijk maakt, waardoor het adopteren van virtuele technologieĂ«n dit seizoen veel eenvoudiger is geworden. 

 

Maar wat vooral indrukwekkend was om te zien, was de positieve reactie van uitgevers van aandelen bij het toepassen van virtuele vergadertechnologie om een goed ondernemingsbestuur te handhaven. Ook al bleken virtuele aandeelhoudersvergaderingen in 2020 noodzakelijk, de vraag is of ze na Covid-19 nog steeds zo belangrijk zijn.

 

Nadat we dit seizoen meer dan 1200 virtuele en hybride aandeelhoudersvergaderingen in meer dan 28 landen hebben geleid, zijn wij sterk van mening dat virtueel en hybride een blijvertje zijn. We hebben een recordaantal aandeelhouders gezien die virtuele vergaderingen bijwoonden, waarbij AT&T en M&T Bank slechts twee voorbeelden zijn van vergaderingen met duizenden deelnemers. Betrokkenheid en deelname waren even hoog als bij live evenementen

 

In de afgelopen jaren hebben sommige beleggersgroepen en adviseurs het format van de virtuele vergadering bekritiseerd. Niemand heeft echter daarin meegenomen, dat alleen-fysieke vergaderingen ook zeer beperkend zijn. De boodschap had meer pro-hybride moeten zijn dan anti-virtueel en sommige markten in Europa hebben daar (deze periode in het bijzonder) de prijs voor betaald. Alleen al vanuit het perspectief van bedrijfscontinuïteit leidde het niet klaar zijn voor virtueel of hybride ertoe, dat het format ‘achter gesloten deuren’ op grote schaal werd gehanteerd.

 

Het is duidelijk - met de ervaring die we nu hebben - dat naarmate meer organisaties en de aandeelhouders die daar eigenaar van zijn, zich comfortabel voelen met de technologie en de vergaderervaring, het aantal hybride vergaderingen zal blijven stijgen.

 

De revolutie in de vergaderruimte voor aandeelhouders kwam te laat op gang. Het is jammer dat er een wereldwijde pandemie nodig was om verandering door te voeren, maar die verandering is nu wel ingezet. De technologie is er, heeft zichzelf bewezen en is flexibel: technologie is niet het probleem. Het is nu onze verantwoordelijkheid om de beste praktijkervaringen te definiëren (wat deze technologie mogelijk maakt) en om ervoor te zorgen dat de wettelijke en regelgevende kaders robuust en duidelijk zijn.

 

Of de hybride of virtuele vorm de voorkeur krijgt bij organisaties, moet nog duidelijk worden. Het is overduidelijk dat het tijdperk van grote fysieke aandeelhoudersvergaderingen voorbij is. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Return to Lumi Resources & Insights